Reportages

Interview Jerry Kroezen

Als de wind gunstig stond kon hij het gegil horen van de mensen in de Looping Star, dé attractie van destijds nog Ponypark Slagharen. Hij woonde in de Krim en, zoals hijzelf zegt ‘groeide hij op onder de rook van de entertainment industrie’. Het bepaalde, zonder dat hij er zelf erg in had, een deel van zijn leven. Immers, show, theater, een rol spelen; het houdt uitvinder, beeldend kunstenaar en typetjesmaker Jerry Kroezen nog altijd bezig.

Iedere stad heeft ze: inwoners die boven het lokale maaiveld uitsteken. Vanwege hun prominente rol in de politiek, de horeca, de cultuur of maatschappelijke betrokkenheid. Enschede heeft Jerry Kroezen, die zich zo ongeveer met alles bezighoudt. Zolang het maar aanzet tot denken, een lach of een wondertje tot gevolg heeft. Want, stelt hij vast: uiteindelijk is alles een experiment.

Glitterbrillen en plateauzolen
Jerry Kroezen (46) is het langgerekte kanaaldorp op de grens van Salland en Drenthe al jaren ontgroeid maar wil er geen slecht woord over horen. “Ik denk met liefde aan de Krim. Alleen voelde ik me er op een gegeven moment niet meer senang. Ik was, net als in Little Britain, ‘the only gay in the village’ en toe aan wat anders.” Het werd de kunstacademie in Enschede, de AKI. Hij gaat los: lange, gelakte nagels, glitterbrillen en plateauzolen. “En ik ben hier ‘bliev’n plakk’n’. Een mooie plek ook om autonoom kunstenaar te worden. Of uitvindend kunstenaar, dat vind ik beter. Daarom heb ik ook de HTS gedaan na de AKI. Je wil toch weten hoe dingen werken. Nee, niet afgemaakt, de opleiding was teveel gericht op de arbeidsmarkt. Ik werd afgesneden van al het andere. Wat wel blijft is die universele interesse in het hoe en waarom van moleculen en processen. Hoe iets tot stand komt.”

Kwetsbaarheid
Na zijn opleidingen gaat hij aan de slag bij een cateraar en kan hij al snel als cafébeheerder werken bij het Rijksmuseum Twente en als bediende bij eetcafé Atrium. En daarnaast maakt hij als kunstenaar installaties met veelzeggende namen als ‘Dat ziet er lekker uit’. Het lijkt een goede basis maar dan komt de vuurwerkramp en de toenmalige directie van het Rijksmuseum besluit dat het museumcafé opvanglocatie wordt voor slachtoffers. “Dat is enorm belastend geweest. Die opvang heeft een jaar geduurd. Je hebt vrienden die hun bedrijf zijn kwijtgeraakt, de verhalen van de slachtoffers. Alleen kregen we totaal geen steun van de directie. Dat hakte erin. Uiteindelijk ben ik drie jaar overspannen geweest. Mijn vader is jong gestorven en dat verandert je omgang met zaken van leven en dood. Wat ik ervan geleerd heb? Dat je jezelf moet beschermen tegen mensen die zich niks aantrekken van de kwetsbaarheid van anderen. Zoiets verwacht je niet van een museumdirectie.”

De innemende barman
Hij worstelt zich uit zijn depressie, gaat als gastheer aan de slag bij golfclub de Koepel in Wierden en werkt bij het Bolwerk, de gelagkamer die het epicentrum is van cultureel, maatschappelijk en politiek Enschede. “Dat was een feest. Schrijver Goaitsen van der Vliet noemde mij de ‘innemende barman’. Dat klopt wel, het had mijn graf kunnen worden.” Na 4,5 jaar stapt hij in het avontuur Media Art Café Berlijn, kortweg MAC Berlijn. Het initiatief van Jeroen Hatenboer is veelbelovend maar sneuvelt in schoonheid. Kroezen: “Ik was er als compagnon ingestapt. We kregen veel aandacht, maar commercieel was het geen succes. Het concept kwam te vroeg. Jeroen is een visionair en ik ben geen echte horecaman. In de horeca speel je een rol, je bent gastheer, het sociale aspect. En dingen organiseren, dat vond ik altijd leuk. Maar als het topdruk was, had ik voor het sociale geen tijd meer en dat vond ik een gemis. Dus heb ik van het sociale aspect m’n nieuwe job gemaakt.
Hij werkte nog kort bij La Cucina dat volgens Kroezen ‘niet meer was dan een echo van MAC-Berlijn’. De mensen missen het nog: “We hadden prima koffie, een bijzondere inrichting, tentoonstellingen, lezingen… Maar dan komen mensen die vinden dat kunst bij de bank moet passen. Maar kunst is eervol, bewustmakend en zet mensen aan het denken maar hoeft niet per sé mooi te zijn. Ik hechtte altijd waarde aan het experiment. Het café verloor z’n spirit toen alles werd teruggesnoeid naar de middelmatigheid, ik kreeg er kromme tenen van.”

Jerry’s Special
Stilzitten is er niet bij. Hij brengt hoorspelen uit op CD en in het kader van Hollandia Nostalgia treedt hij op als vrouw. Later vormt hij met Nicolien Weghorst het duo Bitter en Zoet. Het blijken vingeroefeningen voor een nieuwe carrière: typetjes maken. Het begint met het Broodje van Diny, een performance die uiteindelijk leidt tot Diny van Muursel, de TV-huisvrouw die haar recept op Radio Enschede wereldkundig maakte. Andere hilarische alter ego’s volgen: de autistische verslaggever Jan de Vries, zanger Jerry Wally en Porgje Wulk, eigenaresse van een hondensalon en galerette. En natuurlijk Rainbow Janny, het boegbeeld van de Coming Out Week. Dit alles onder de overkoepelende vlag van Jerry’s Special: een showcamper voorzien van alle benodigde attributen, waarmee Kroezen feesten, partijen, jubilea en wat al nog niet meer opvrolijkt. “Ik speel personages die allemaal worden overdreven tot het karikaturen zijn. Het is parodiëren. Het gaat niet om de acteerkunst maar om het extrapoleren van gewone dingen die we allemaal herkennen.”

Helaas hebben zijn types een beperkte bekendheid omdat zijn optredens tamelijk ad hoc zijn. “Tja, ik ben geen theatermaker van huis uit. Shows, grote producties, dat kun je alleen maar doen met anderen. Mijn filmpjes staan op YouTube. Ik ben wel op zoek om het meer tot wasdom te laten komen. Dat geldt ook voor mijn beeldende kunst. Als je meerdere talenten hebt blijft altijd de vraag waar je naar toe wilt.”

De beeldhouwkunst lijkt bij Jerry Kroezen nu weer meer op de voorgrond te komen. Recent heeft hij het borstbeeld ontworpen van Charles Stork voor de theatervoorstelling STORK! In Hengelo. Elke voorstelling wordt er eentje kapot gegooid dus het was even productiewerk voor Kroezen. Dat geldt dan weer niet voor zijn andere projecten. “Ik denk er wel over na, maar ik word dan doodmoe van mezelf. Doe eens wat met een kop en een staart, denk ik dan. Al die kortlopende projecten frustreren ook: je komt nooit op je plek, nooit in je kracht.
De clown met achter de vrolijke façade van schmink een treurige blik? “Welnee. Je kunt verkeerde keuzes maken in je leven, als je doelen stelt die buiten je bereik liggen bijvoorbeeld. Die frustratie heb ik niet. Nee, als ik terugkijk denk ik: je ne regrette rien!”

tekst: Erwin Gevers / fotografie: Rikkert Harink