Reportages

Natuurmonumenten

Lieflijke beekjes, schilderachtige bronnen, glooiende heidevelden, oeroude bossen en natuurlijk het coulisselandschap. Twente is een eldorado voor natuurliefhebbers. Het is tevens de werkplek van Maarten Olde Scholtenhuis, coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten. Hoe is het om zo dagelijks met de natuur bezig te zijn en welke plekjes moet je volgens hem echt gezien hebben in Twente?
Hij heeft een werkplek om jaloers op te zijn. Een oude varkensstal van ruim 100 jaar oud. Hoewel de voormalige bestemming anders doet vermoeden, is dit toch echt een uniek plekje. De oude, compleet gerenoveerde stal net buiten De Lutte aan de Bentheimerstraat is onderdeel van Erve Middelkamp. Een typisch Twents boerderijcomplex met naast de varkensstal, een hallenhuisboerderij en een 18e-eeuwse hooischuur. “Deze plek is heel idyllisch en rustgevend”, vertelt Maarten. “Vooral in de vroege ochtend als hier een koppeltje reeën staat. Maar ook als het veld hierachter vol in bloei staat is het keer op keer genieten.”

Groen team
Maarten is een geboren en getogen Twentenaar en begon twintig jaar geleden als terreinmedewerker en toezichthouder bij Natuurmonumenten. “Dat was is en is mijn droombaan. Inmiddels ben ik sinds enkele jaren coördinator natuurbeheer. Het komt er op neer dat ik verantwoordelijk ben voor het beheer, onderhoud en ontwikkeling van onze terreinen. Dat doe ik samen met een team van vijftien collega’s, waaronder één ecoloog, vier boswachters, één boa (bevoegd opsporingsambtenaar) en twee coördinatoren. Het zijn vooral de boswachters, ecologen en boa’s die in het veld zijn. Mij zie je haast niet meer buiten omdat ik veel meer beleidsmatig bezig ben. Dat neemt niet weg dat ik graag vaker het veld in zou willen gaan om nog beter inzicht te krijgen wat er speelt.”

Oogje in ’t zeil
Natuurmonumenten beheert 22 terreinen verspreid over Noordoost en Zuid-Twente. Deze variëren in grootte, van enkele hectare tot wel 800 hectare, en zijn ook nog eens heel verschillend. Van het Witte Veen met haar Schotse Hooglanders, de zeldzame bomen in het bos van Hoge Venterink en de weidevogels in Beneden Dinkeldal tot de heide en jeneverbesstruiken van het Buurserzand. “Voor ons is het belangrijk dat mensen kunnen genieten van het Twentse landschap. En daar waar mogelijk stellen we de terreinen open. In de eerste plaats zijn we dan ook gastheer voor bezoekers. Onze boa’s en boswachter houden een oogje in het zeil of iedereen ook met respect van de natuur geniet. Daarnaast houden ze bij wat er leeft en groeit in het gebied en hoe de natuur zich ontwikkelt. Aan de hand van hun bevindingen kan ik onze plannen en werkzaamheden afstemmen. We overleggen veel samen. De moderne boswachter is dan ook allang niet meer ‘die man in het groen met een hoedje op en hele dagen door het bos struint’. Verder is communicatie heel belangrijk. Niet alleen welke activiteiten we organiseren, maar ook over ons werk. Als we ergens bijvoorbeeld met onderhoud bezig zijn, is het heel belangrijk dat mensen weten waar we mee bezig zijn en waarom. Wat voor ons heel vanzelfsprekend is, ervaart een ander vaak anders. Wat dat betreft werken we in een glazen huis, iedereen ziet wat we doen.”

Meer dan genoeg afwisseling
Het zijn echter niet alleen recreanten waar Maarten en zijn collega’s mee te maken hebben. Zo heeft Maarten veel contact met landgoedeigenaren, agrariërs, gemeenten, waterschappen en de overheid. En dat zorgt wel eens voor het nodige spanningsveld. “Iedereen heeft zo zijn eigen belangen. Aan mij de taak om begrip voor elkaar te krijgen. Niet denken in beperkingen maar vooral in de mogelijkheden die er wél zijn. Dat maakt het werk voor mij ook juist weer uitdagend en interessant. En natuurlijk de variatie van de Twentse natuur maakt mijn werk heel bijzonder. Ieder seizoen is het genieten. In het vroege voorjaar van het frisse beukenblad en de fluitende vogels en in het najaar van de bladeren die prachtig verkleuren.”

Oog in oog met een ree
De verscheidenheid in het Twentse landschap levert ook een diversiteit aan dieren en planten op. ‘s Ochtends vroeg of ’s avonds tegen de schemering heb je kans om bijvoorbeeld oog in oog te staan met een ree, vos of bunzing. Zelfs herten steken af en toe de grens over vanuit Duitsland, evenals wilde zwijnen. En wat te denken van de wolf? Hij is al meerdere malen gesignaleerd. Ook kleinere dieren hebben hun plek in Twente, hoewel de kans op een ontmoeting door hun formaatje iets kleiner is. Zo geniet de zeldzame kamsalamander van de poelen en vennen in onze natuurgebieden. Floraliefhebbers komen ook goed aan hun trekken. Diverse zeldzame orchideeën, dotterbloemlanden, kruidenrijke akkers zijn op diverse plekken in Twente te vinden.

Insidertips van Maarten
Twente heeft zoveel moois te bieden dat het soms moeilijk kiezen is. Ook voor Maarten. Maar op welke vier plekjes moeten we volgens hem echt een keer geweest zijn?
•Arboretum Poort Bulten. Sinds dit voorjaar heeft Natuurmonumenten dit terrein in beheer. Het Arboretum is 100 jaar oud en heeft 2500 verschillende bomen en heesters verdeeld over 1000 soorten, een poelenlandschap en pinetum. Leuk om hier te doen zijn de zwerfstenenroute, de 10-boomtoppers route of stap in de elektrokar en maak een tochtje.
• Landgoed Egheria met de Tankenberg. Met 85 meter de hoogste berg van Overijssel. Hier heb je dan ook een panoramisch uitzicht over de regio. Bij helder weer kijk je zo Duitsland in. Bovenop de berg staat een kapelletje, ook wel het koepeltje genoemd. Volgens de overleveringsverhalen zou dit een belangrijke religieuze plek zijn geweest.
• Landgoed Hakenberg. Dit landgoed ligt in de driehoek Oldenzaal, De Lutte en Denekamp. Hier staat een prachtige houten villa uit 1927 te midden van een parkachtige landschap. Hier kun je uren dwalen door bos, langs grasland, graanakkers en boerderijen.
• Het Buurserzand. Maak een heerlijke lange wandeling en geniet nog even na bij Informatiecentrum De Wakel met een kop koffie en wat lekkers. Hier vind je ook natuurboeken, fietskaarten, knuffels en het welbekende bommelasbitter. Lekker voor thuis.

tekst: Suzanne van Gaale / fotografie: Rick Nederstigt