Reportages

Sander Schimmelpenninck

‘Hoe minder je in aanraking komt met de natuur, hoe minder je in staat bent om logisch na te denken. Dat zie ik bij stadsmensen, die verliezen zich vaak in theorieën of emoties.’ Sander Schimmelpenninck (1984), hoofdredacteur van zakenblad Quote, kent beide werelden. Hij groeide op in Diepenheim en woont en werkt in hartje Amsterdam.

Voor boerenverstand hoef je niet van boerenkomaf te zijn. Integendeel. Sander bracht zijn jeugd door op landgoed Nijenhuis. “Op het grote huis woonde toen nog mijn grootvader. Wij woonden in een verbouwd bouwhuis op het voorplein. Als kind heb je niet zo door dat je anders opgroeit. Ik was altijd aan het voetballen met mijn vriendjes. Of ik verkocht samen met mijn zusje, voor schandalig veel geld, koffie met cake aan wandelaars op het landgoed.”

Landgoed als familiebedrijf
Landgoed Nijenhuis is parkachtig mooi. Met een lange, statige oprijlaan die vanaf de rand van het stadje naar het 17e-eeuwse huis leidt. Langs de slingerende Molenbeek zijn mooie wandelpaden, monumentale bomen en schilderachtige doorkijkjes. Het vormt samen met het, aan de andere kant van Diepenheim gelegen, wat stoerdere Westerflier een soort dubbellandgoed. “Op Westerflier woont ook familie. Daar kwamen we vooral om te jagen. Nog steeds ga ik graag mee op jacht. Niet om het schieten daar heb ik niets mee, maar vanwege de tradities en de sfeer.” Het landgoed heeft een bindfunctie voor de familie. “Door zo’n landgoed leef je veel dichter op elkaar dan andere families. Mijn neefjes en nichtjes zijn bijna als broers en zusjes voor me.” Het landgoed maakt een groot verschil voor hem: “Dat ik van adel ben zegt me weinig. Maar het landgoed voelt als een familiebedrijf. Het is geschiedenis, heeft een functie, verschaft banen en zorgt voor gemeenschapszin. De mensen die er werken zijn heel erg betrokken. Dat maakt het een soort van micromaatschappijtje en dat is heel waardevol.”

Adelfeestjes
Zijn officiële naam is Sander graaf Schimmelpenninck. “Dat ‘graaf’ zou van mij ook weg mogen hoor, maar het hoort nu eenmaal bij mijn naam. Zo staat het in mijn paspoort. Als ze de adel zouden afschaffen, laat ik geen traan. Ik heb er weinig mee. Ik ben ooit eens op zo’n ‘adelfeestje’ geweest. Maar nee, daar werd ik vrij droevig van alle mensen die daar zo erg mee bezig zijn. De adel zou juist dynamisch moeten zijn. Laten we bijvoorbeeld de nazaten van Johan Cruyff verheffen tot de adelstand. Die man heeft zoveel betekend voor Nederland! In België en Engeland kan dat nog wel. Kijk naar Sir Paul McCartney of sir Elton John.”

Beyond Diepenheim
“Na de basisschool werd mijn wereld geleidelijk aan groter. Op zomerkamp, met vooral westerse kindertjes, merkte ik bijvoorbeeld dat ik een behoorlijk accent had. Op de middelbare school (eerst in Hengelo en later in Lochem) ging dat proces door. Je ontmoette steeds meer verschillende mensen. Mijn ouders hebben daar wel een rol in gehad. Mijn moeder is dokter, mijn vader ingenieur en kwamen beiden niet uit Twente. Dan krijg je andere dingen mee dan ouders die uit Twente komen of minder hoogopgeleid zijn. Maar ik ben altijd heel vrijgelaten. Ik moest niets. Heb ook veel dingen niet gedaan waar ik geen zin in had.”

Studentenleven
“Op de middelbare school had ik al weinig met hokjes. Ik ging om met kakkers maar net zo goed met jongens van de voetbal. Wist dus niet of ik juist wel of juist geen lid van het Rotterdamsch Studenten Corps moest worden. Uiteindelijk koos ik – uit puur praktische redenen – toch voor het lidmaatschap. Dat betekende dat je een huis had en dat je zonder verplichtingen mensen kon leren kennen. Achteraf heb ik daar geen moment spijt van gehad en ik zou het zo weer doen. De toegevoegde waarde ervaar echt ik elke dag. Het levert een geweldig netwerk op.”

Corpslidmaatschap
Veel aankomende studenten twijfelen over een corpslidmaatschap na alle negatieve verhalen in de pers. Sander: “Ze moeten juist lid worden. Iedereen praat erover, mensen vinden het spannend, het heeft blijkbaar iets mystieks voor buitenstaanders. Maar het is een simpele optelsom. Het corps is populairder dan ooit en de ledenaantallen zijn ongekend hoog. In een klein compact land als Nederland is een goed netwerk nu eenmaal heel belangrijk. Binnen een paar handshakes ben je bij iedereen. Dan is zo’n corps een heel nuttig bindmiddel.”
Vroeger moest je ingeschreven staan bij de universiteit om lid te worden. Nu mogen Hbo’ers ook lid worden. En binnenkort ook het Mbo? De discussie startte onlangs op in de pers. Sander windt er geen doekjes om: “Ik vind het niet raar om grens bij de universiteit te leggen. Zo’n corps is nu eenmaal niet voor iedereen. Bij een motorclub kom je ook niet binnen met een brommer rijbewijs.”

Stijl en smaak
Naast rechten in Rotterdam studeerde Sander ook een jaar Italiaans in Leiden en een jaar rechten in Milaan. “Die voorliefde voor Italië ontstond pas op mijn zestiende. Tijdens een van de duizend wandelvakanties in de Alpen – die ik als kind moest doorstaan – mocht ik ineens met een oom en tante mee over de Alpen. Ik zag Venetië en vond het prachtig. Daarna volgde Rome tijdens de studiereis van de middelbare school en sindsdien kan Italië bij mij niet meer stuk. Ik houd van lekker weer en Italianen hebben alles wat wij Nederlanders – en misschien wel in het bijzonder Twentenaren – niet hebben: uitgesprokenheid, karakter, lef, stijlgevoel en smaak. En wat wij dan weer hebben – regels, regelmaat, betrouwbaarheid – hebben zij niet. Maar hun lol in het leven, daar houd ik van. Italianen zijn vrolijke outgoing mensen.”

Kiek’n wat wordt?
“Ha, ha.” lacht Sander. “Nee, die eigenschap is vooral niet op mij van toepassing. Mijn zusje heeft dat bedachtzame wel, mijn vader ook een beetje. Ik lijk wat dat betreft meer op mijn Brabantse moeder. Misschien kijk ik juist wel wat te weinig de kat uit de boom.”
Twentenaren krijgen ook vaak de eigenschap toegedicht dat ze zich niet gek laten maken door praatjes of opsmuk. “Ja, dat geldt zeker voor mij”, zegt Sander onverwacht en volmondig. “Ik zit natuurlijk wel midden in een wereld vol met rijke mensen die heel poenerig doen. In deze tijd en in Amsterdam zijn te veel mensen bezig met schone schijn. Ze vergelijken zich de hele dag met anderen.”
“Een van mijn voorgangers, Jort Kelder was natuurlijk juist erg geïnteresseerd in die schone schijn, hij heeft er vele programma’s over gemaakt. Mensen projecteren dat door op mij maar ik vind dat statusladderklimmen oprecht niet interessant. Ik heb ook nooit dingen gedaan omdat ik dacht dat het moest of omdat het chic was. Ik ben niet gevoelig voor status. Ik heb juist te behoefte om te downplayen.” Een citaat uit zijn eigen Editorial in de Quote van mei 2018 over de statusangst van de sociale stijger, vat samen wat hij bedoelt:
‘Nederland loopt vol met mensen als Hyacinth Bucket, de opgedofte middenklasse vrouw uit de Britse serie Keeping up Appearances die zo wanhopig bij de bovenklasse wil horen dat ze haar achternaam als Bouquet uitspreekt.’

Tukker Trots
“Zeker ben ik trots op mijn Twentse roots. Net als elke andere tukker. Het is bijvoorbeeld heel bijzonder dat we altijd zeggen dat we uit Twente komen. In plaats van uit Hengelo, Diepenheim of Oldenzaal. Mijn boerenverstand heeft me enorm geholpen in mijn loopbaan. Boerenverstand betekent volgens mij, dat je je bewust bent van hoe dingen in de natuur gaan. In verbinding zijn met de natuur helpt. Hoe minder je in aanraking komt met de natuur, hoe minder je in staat bent om logisch, rationeel na te denken. Te veel mensen laten zich leiden door allerlei onzin argumenten en gevoelens.”

Amsterdam For Sale
Niet gek dus dat hij graag in Twente komt om bij te tanken. Toch vindt hij die ene keer in de twee maanden eigenlijk te weinig. Maar met een vriendin in Göteborg en een klushuis in Kroatië blijft er niet veel tijd over. Zijn straatje in Amsterdam Oud West is voor stadse begrippen nog best groen. “Amsterdam is op een voorjaarsdag echt geweldig. Je ziet alleen maar mooie mensen over grachtjes fietsen of op een bootje zitten. Alleen zijn we in Amsterdam erg slecht in het conserveren van dingen die mooi zijn. Amsterdam is de afgelopen tien jaren in de uitverkoop gegooid aan een verkeerd soort toeristen. Voor bewoners is het niet meer leuk. Op sommige plekken wil je echt niet meer zijn. Hopelijk leren de andere regio’s en natuurlijk vooral Twente, van Amsterdam hoe het dus niet moet. Dat zou zo zonde zijn…”

Sander Schimmelpenninck
Na zijn studie rechten wordt hij advocaat op de prestigieuze Zuidas. Dat blijkt niet zijn wereld. Met een vriend opent hij twee pizzatenten in Amsterdam die alweer snel verkocht worden. Daarna volgt een vastgoedbedrijfje. Ondertussen schrijft hij parttime voor Quote. Over zaken, geld, snelle auto’s, mooie huizen, luxury, mode & meer. Sinds 2016 is hij er hoofdredacteur.

tekst: Bertine Kleinjan / fotografie: Rikkert Harink